Wat heeft het thema gekost?
(bedragen x € 1.000) | Begroting | Begroting | Rekening | Verschil | |
|---|---|---|---|---|---|
Lasten | 9.729 | 12.906 | 10.582 | 2.324 | |
Baten | -5.049 | -8.423 | -6.263 | -2.159 | |
Mutaties reserves | 427 | -201 | -16 | -185 | |
Totaal Thema | 5.107 | 4.282 | 4.303 | -20 |
Toelichting noemenswaardige afwijkingen
Overzicht afwijkingen resultaat per thema (> €100.000) | |||
Thema | Thema naam | Onderwerp | Verschil |
|---|---|---|---|
25TH0501 | Onderwijs | ONDERWIJSHUISVESTING | -107 |
DIVERSEN | 87 | ||
SD - LEERLINGENVERVOER | 164 | ||
SD - WET KINDEROPVANG | 83 | ||
SD- DIVERSEN | 81 | ||
SD - RESERVE | -328 | ||
Totaal 25TH0501 | -20 | ||
- Huisvestingsverordening Onderwijs (incidenteel nadeel op de lasten van € 250.000 en incidenteel voordeel op de reserve van € 143.000)
Het grootste gedeelte van het verschil is te verklaren doordat we al rente betalen voor kapitaallasten die pas later gaan lopen. Het betreft nieuwbouwprojecten waarvan de kapitaallasten pas gaan lopen na oplevering van het schoolgebouw, terwijl we wel al geld hebben moeten aantrekken om de schoolbesturen te bevoorschotten en daar rente over betalen. Die rente was niet begroot. Het betreft € 101.324,10.
De eigen bijdrage schoolbesturen nadeel € 277.000 en opbrengst structurele huur voordeel € 110.000 vallen gedeeltelijk tegen elkaar weg en het verschil wordt verrekend met de reserve onderwijshuisvesting.
Reserve onderwijshuisvesting
Ten opzichte van de 2e tussenrapportage zijn er nog enkele mutaties geweest die een effect hebben op de boeking op de reserve onderwijshuisvesting. Hierdoor is de storting in de reserve € 143.000 lager dan geraamd en dat geeft hier een voordeel.
- Leerlingenvervoer (SD) (incidenteel/structureel voordeel op de lasten van € 164.000)
Het budget Leerlingenvervoer kent een voordeel op de lasten van € 164.000. In de tweede tussenrapportage 2025 is leerlingenvervoer o.b.v. van de cijfers van het eerste half jaar structureel met € 198.000 opgehoogd. De cijfers van het tweede half jaar van 2025 laten een daling zien in het gemiddelde aantal gebruikers, ritten en kilometers. Gezien de beweging in de cijfers wordt gedurende 2026 de realisatie gemonitord, indien hieruit blijkt dat deze daling aanhoudt, wordt dat bijgesteld in de begroting 2026 en verder.
- Wet Kinderopvang (SD) (incidenteel/structureel voordeel op de lasten van € 83.000)
Het budget Wet Kinderopvang kent een voordeel op de lasten van € 83.000. Dit betreft het budget voor de sociaal medische indicatie (SMI) kinderopvang. Dit voordeel wordt verklaard doordat de kinderen waar nodig en mogelijk actief worden doorgeleid naar andere voorzieningen en alternatieven zoals voorschoolse en vroegschoolse educatie (VVE). Het voordeel is deels structureel en zal voor de jaren 2026 en verder in de perspectiefnota 2027 worden verwerkt.
- Diversen (SD) (incidenteel voordeel ad € 81.000)
Betreft diverse kleine afwijkingen binnen het "hek" van het sociaal domein in het thema Onderwijs.
- Reserve sociaal domein (incidenteel nadeel op de reserve van € 328.000)
Het voordelig saldo van het thema Onderwijs, exclusief onderwijshuisvesting, is gestort in de reserve sociaal domein. Het betreft een niet geraamde storting en komt in de jaarrekening tot uitdrukking als een nadeel op de reserve. Tegenover dit nadeel staat een voordeel op de lasten en baten. Per saldo is het resultaat van het sociaal domein neutraal verwerkt in de jaarrekening.
Overige toelichting op de lasten en baten |
|---|
- Onderwijsachterstandenbeleid (SD) (incidenteel voordeel op de lasten van € 2,1 miljoen, incidenteel nadeel op de baten van € 2,1 miljoen)
Het resultaat op de specifieke uitkering (SPUK) Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) is per saldo neutraal in het resultaat van de jaarrekening. Vanuit de rijksoverheid ontvangt de gemeente Nissewaard middelen voor OAB. Het betreft een SPUK OAB in een cyclus van 4 jaar. De huidige OAB-cyclus loopt van 2023 t/m 2026. Het voordeel op de lasten en het nadeel op de baten van € 2,1 miljoen betreft het verschil tussen de begroting en de realisatie. Dit wordt grotendeels verklaard doordat in het budget middelen van de voorgaande OAB-cyclus (2019 t/m 2022) zitten die niet zijn besteed. Eveneens betreft het OAB-middelen uit de huidige cyclus die niet zijn besteed.
Aangezien het specifieke middelen zijn, kunnen resterende middelen binnen de huidige OAB-cyclus jaarlijks worden overgeheveld. Resterende OAB-middelen van de huidige cyclus (loopt t/m 31-12-2026) vordert de rijksoverheid terug met uitzondering van 'de helft van de OAB-uitkering 2026'. Dit bedrag kan vervolgens binnen de wettelijke doelstellingen worden besteed in de daaropvolgende OAB-cyclus van vier kalenderjaren. Zie onderstaande tabel waaruit blijkt dat in 2025 € 4,8 miljoen aan OAB-middelen zijn besteed. In de perspectiefnota 2027 zal worden voorgesteld om een bedrag van € 2,2 miljoen over te hevelen naar 2026. Deze middelen zijn op de balans verantwoord als “vooruit ontvangen middelen”.
Tabel: (in €)
Reserve OAB 31-12-2024 | 2.126.488 |
|---|---|
Besteding OAB-middelen in 2025 | - 4.816.082 |
Baten rijksoverheid OAB in 2025 | 4.900.747 |
Bedrag overheveling naar 2025 (PPN 2027) | 2.211.153 |
- RMC, VSV, Kwalificatieplicht (SD) (incidenteel voordeel op de lasten van 103.000, incidenteel nadeel op de baten van € 103.000)
Overheid, scholen en gemeenten willen voorkomen dat jongeren zonder startkwalificatie van school gaan. Jongeren die het onderwijs verlaten met een startkwalificatie hebben een betere uitgangspositie in de samenleving. Gemeenten hebben hierin een wettelijke opdracht die is vastgelegd in de RMC-wetgeving. Gemeenten zijn verplicht in regionaal verband samen te werken en hebben hier afspraken over gemaakt. Vanuit de rijksoverheid ontvangt de gemeente Nissewaard, via de gemeente Rotterdam, middelen voor RMC, VSV en kwalificatieplicht. Deze middelen worden ingezet voor de subregio Zuid-Hollandse eilanden: Goeree-Overflakkee, Voorne aan Zee en Nissewaard. De subregio ZHE legt achteraf verantwoording af aan de gemeente Rotterdam. Aangezien het om een specifieke uitkering (SPUK) gaat, legt de gemeente Rotterdam verantwoording af aan de rijksoverheid via de SiSa verantwoording.
In 2025 is vanuit Rotterdam voor RMC, VSV en Kwalificatieplicht € 776.000 aan baten ontvangen. Daarnaast stond nog een bedrag ad € 106.000 op "vooruit ontvangen middelen". De lasten over 2025 bedragen € 633.000. De gemeente Rotterdam heeft toestemming gegeven om het restant op RMC VSV over te hevelen naar 2026. In de PPN 2027 wordt derhalve voorgesteld om een bedrag ad € 249.000 over te hevelen naar 2026. Deze middelen zijn op de balans verantwoord als “vooruit ontvangen middelen”.
Bij RMC/VSV/Kwalificatieplicht is een incidenteel voordeel op de lasten en een incidenteel nadeel op de baten van € 103.000. Dit voordeel is ontstaan doordat er meer lasten zijn begroot dan gerealiseerd. Het resultaat op deze specifieke uitkering is per saldo neutraal in het resultaat van de jaarrekening.
